• Leo Boonman als jonge man op de steenfabriek aan het werk

    Judith Kox
  • Stenen op de tassen

    LB
  • Leo en zus Coba met vader

    LB
  • De Lunenburg, jaren '50

    LB
  • De Lunenburg

    LB
  • L.Louwerens

    LB
  • Jongeman op de tractor bij de steenfabriek

    LB
  • De ovens van steenfabriek De Lunenburg

    LB
  • Een tractor op het terrein van steenfabriek de Lunenburg

    LB
  • Leoa en Annie Boonman

    Judith Kox

Steenfabriek de Lunenburg:

Het leven van Annie (1943) en Leo Boonman (1944) is verweven met steenfabriek De Lunenburg en met de plek waar ze wonen aan de Aalswaard.

In 1920 werkten in de bedrijfstak meer dan 20.000 arbeiders zij produceerden 1 miljard stenen; in 1986 waren er minder dan 2000 werknemers, maar maakten zij samen eveneens 1 miljard stenen!

Judith Kox

Leo Boonman heeft een groot deel van zijn leven gewerkt op steenfabriek De Lunenburg. Totdat deze in 1982 sloot en Leo Boonman nog van 1989 tot 2002 in de Roodvoet steenfabriek ging werken. "De sluiting van de fabriek ging me echt aan het hart. We hoorden het op een ochtend in april, er werkten toen nog 30 man, en die gingen niet allemaal tegelijk maar de een na de ander vertrok." In augustus viel ook voor Leo het doek. Een boek met een rijke geschiedenis werd als het ware dichtgeslagen. "Ik wilde niet meer terug naar de Lunenburg. Ik ben er lange tijd niet meer gaan kijken, hoewel de grondloods, de drogerij en de kolenloods er nog zijn".

Leo Boonman heeft op De Lunenburg precies de overgangstijd meegemaakt van alles handmatig doen naar mechanisch. Maar niet alleen technisch was er een overgangstijd. De vader van Leo had echt nog ontzag voor de directeur van de steenfabriek, de heer Arntz. Als de heer Arntz langskwam dan zette je je hoed af. De arbeiders waren ook echt afhankelijk van hun baas die niet alleen voor werk en inkomen zorgde maar ook voor een woning. Toen Leo op de fabriek kwam werken was hij nog ongehuwd en vrij om te gaan en staan waar hij wilde. Dit bracht ook mee dat zijn generatie zich onafhankelijker kon gedragen tegenover de baas.

Aan de Aalswaard woonden in de tijd dat Leo jong was alleen fabrieksarbeiders van de steenfabriek. Het waren grote gezinnen, en allemaal katholiek. De familie Arntz zorgde ervoor dat alleen katholieken werden aangenomen. Toen Leo op de Aalswaard opgroeide, twee huizen voorbij het huis waar hij nu woont, leefden er 14 gezinnen waarvan 4 met meer dan 10 kinderen. Leo komt uit een gezin met 5 kinderen, zijn vrouw Annie die in Wijk bij Duurstede in de Muntstraat woonde, kwam uit een gezin met 12 kinderen waarvan 7 broers. Annie was de oudste zus en had al jong de verantwoording voor haar jongere broers en zussen. Net zoals Leo ging ze op haar 14de al werken. Annie in de huishouding en Leo op de steenfabriek bij zijn vader. Beiden hebben op school gezeten in Wijk bij Duurstede, Annie bij de nonnen op de Jozefschool en Leo op een jongensschool, de Antoniusschool. Er was een groot verschil tussen de kinderen van de gegoede burgerij en de kinderen van de fabrieksarbeiders. Men ging er van uit dat deze kinderen toch niet gingen doorleren, en ze kwamen dan ook niet aan bod in de klas en werden achterin gezet. Annie vertelt dat zij bij de nonnen goed kon merken dat ze niet tot de gegoede burgerij behoorde. Achterin de klas kreeg je een stompje potlood om te schrijven. En de ene keer dat ze indutte omdat ze zo moe was van haar werk thuis, kreeg ze zeer onterechte woorden naar haar hoofd geslingerd. Gelukkig ging haar vader verhaal halen. Leo vertelt: "De hoofdonderwijzer was voor het kapitaal. En de kerk hield je dom en de directeur van de fabriek hield je arm". Toen Leo als kleuter bij de nonnen zat moest hij de kooltjes uit de as van de kachel zeven. Het maakte niet uit dat hij zwarte handen kreeg, hij was toch maar een kind van de steenfabriek.

De eerste werkzaamheden van Leo Boonman op De Lunenburg bestonden eruit dat hij de oven voordat hij aanging, moest dichtmetselen. Leo Boonman is er 3 jaar tussenuit geweest. In deze periode ging hij mee als bijrijder met een stenenrijder. Alles werd met de hand geladen en gelost. Toen hij terugkwam bij de steenfabriek ging hij werken als opzetter. Inmiddels had hij Annie leren kennen. Ze gingen na hun huwelijk op een flat wonen in Wijk bij Duurstede. Daar kregen ze hun eerste zoon. De huizen aan de Aalswaard waren inmiddels gemoderniseerd om fabrieksarbeiders aan te trekken. Toen er een huis vrij kwam gingen ze er graag wonen. Annie vond het er meteen heerlijk. Leo vertelt dat de arbeiders ook een stuk land kregen, er werd verloot wie welk stuk kreeg, dan werden er aardappels geplant.

In 1969 is steenfabriek De Lunenburg gemoderniseerd en was de volgende baan van Leo die van sorteerder. De meeste stenen van De Lunenburg waren voor de bouw. Hardere stenen werden voor de straten gebruikt. Als laatste baan op de fabriek maakte Leo panelen. In deze panelen werden de monsters van de stenen getoond. "Ik heb altijd met plezier gewerkt. Helaas zijn van mijn naaste jongens de meesten al overleden. Contacten heb ik nog wel met oud collega's van de Roodvoet. Vroeger waren er 3 steenfabrieken in Wijk, 1 in Elst en 7 à 8 fabrieken aan de overkant."

Vooral de enorme saamhorigheid staat Leo bij. "Iedereen wist wat hij moest doen. En je hielp elkaar. Het was een hele mooie tijd". Maar het was ook wel heel zwaar werk. In de tijd van Leo's vader werd de oven nog met de hand en de kruiwagen leeggehaald."20.000 stenen uit de oven halen met een kruiwagen waarop je 80 stenen kwijt kon. Tel maar uit hoe vaak je dan heen en weer moest lopen. Warm, koud, warm, koud. En op het laatst kwam je steeds dichterbij het vuur. Dan moest je oppassen dat je je arm niet schroeide. Uit de oven gingen de stenen "op de tas"." Er werkten uitkruiers, inzetters en stokers. Later werden de stenen met een heftruck uit de oven gehaald. Hieraan heeft Jolanda Janssen wiens vader in dezelfde tijd als Leo Boonman op de steenfabriek werkte nog herinneringen: "Wat het zo mooi maakte om als kind op de steenfabriek op te groeien was dat je overal rond kon struinen, je mocht natuurlijk niet in de fabriek komen als er gewerkt werd want dat was erg gevaarlijk, maar in de vakanties koffie brengen in een emaille beker was een feestje. Dan bleef je een poosje rondhangen." Wanneer haar vader overwerkte mocht Jolanda altijd mee, daardoor leerde ze de verschillen tussen de soorten stenen kennen. Niet alleen door te kijken maar vooral door ze zachtjes tegen elkaar aan te slaan en de stenen dan aan het geluid te herkennen. Rijden op de heftruck was ook bijzonder hoewel dat niet altijd perfect verliep, een keer had Jolanda haar vader klem gezet tussen de stenen en de vorken van de heftruck. Ook heel speciaal was het wanneer de stenen uit de ovenkamers waren gereden en je dan heerlijk in die warme kamers kon spelen, met klei uit de fabriek was ze dan uren zoet. Nadat de fabriek gesloten werd maakte Jolanda haar vader er een boten- en caravanstalling van waar veel mensen mooie herinneringen aan hebben.

Leo Boonman beaamt dat je geen betere jeugd kunt hebben gehad dan op de Aalswaard bij de steenfabriek. "Altijd buiten, schaatsen, zwemmen, vliegeren en hutten bouwen". Annie vertelt "dit is het leven geweest hier". Zij herinnert zich als een echt mooie tijd de periode dat hun twee zonen Leo en Peter jong waren en de mannen een strandje hadden gemaakt waar ze een mooie zomer lang aan het water waren. Maar ook nu nog genieten Leo en Annie van hun plek aan de Aalswaard waar vossen, reeën en heel veel vogels zijn.

DE FABRICAGE VAN STEEN Het allereerste begin van steenbakkersactiviteiten aan de Aalswaard dateert van 1800. In 1870 wordt er echt gesproken over een steenoven. In die tijd werkten er ongeveer 65 mannen, vrouwen en kinderen op de fabriek. De gewonnen klei werd eerst met water en zand gekneed en gemalen tot een homogene massa. Vroeger gebeurde dit met de voeten in een bak klei en de stenen werden nog met de hand gevormd. Een bal klei werd in een vorm gegooid waarin eerst zand gestrooid was, zodat de steen makkelijker te lossen was. Op het veld werden de stenen te drogen gelegd. De vrouwen en kinderen zetten de stenen rechtop, dat heet opsnijden. Pas als de stenen droog waren werden de groenlingen (ongebakken stenen) gestookt. In de oven lagen de stenen zo dat ze de wand van de oven niet raakten. Onderin de oven zaten gaten waardoor takkenbossen en turf naar binnen werd geschoven. Er werd gestookt totdat het 1000 graden was. Dit moesten de stokers 4 à 5 weken volhouden. De steenkleur van de klei van de Rijn, Waal en IJssel is na het bakken bronskleurig. De klei van de Maas is roodbakkend. En voor gele klei wordt er mergel toegevoegd.

Steenfabriek De Lunenburg kreeg tussen 1954 en 1959 een nieuwe kap met droogzolder. En er kwam een veldpers. Maar zelfs bij het werken met een veldpers waren nog altijd 4 arbeiders nodig. De eerste deed water in de vorm, de ander deed het zand erin, de volgende zette de vorm onder de pers. Daarna moet ook nog iemand met een stok de overtollige klei afslaan. Er liep ook een spoorlijntje van de kleiput naar de fabriek. De klei werd met een excavateur uit de kleiput gehaald en in de bakken van het treintje gestort. Er werd ook nog lange tijd met paarden gewerkt. Deze brachten de stenen naar de droogrekken. Steenfabriek de Lunenburg had een vlamoven. Hierin kon warmer gestookt worden dan in een ringoven. De kleiputten van Steenfabriek De Lunenburg lagen tussen de Rijndijk en de Aalswaard. Hiervan is nu niets meer te zien. Het grootste deel van de kleiputten is volgestort met slib uit de rivier.

In het najaar van 2018 verschijnt er een boek van Wim van Amerongen over de Steenfabrieken.