• Ilse Ottenbros

    Koen Croese
  • Het onderzoeksteam

    Koen Croese

RIVM en Universiteit Utrecht onderzoeken bestrijdingsmiddelen in urine

BILTHOVEN / UTRECHT De landbouw maakt veel gebruik van verschillende bestrijdingsmiddelen. Iedereen wordt daardoor aan bestrijdingsmiddelen blootgesteld, maar hoeveel en aan welke is niet precies bekend. Het RIVM en de Universiteit Utrecht onderzoeken aan welke middelen omwonenden van fruitboomgaarden worden blootgesteld. Die metingen worden vergeleken met resultaten van mensen die juist niet dichtbij landbouw wonen. Het onderzoek heeft ook een internationaal tintje en vindt ook in andere Europese landen plaats.

TWEE INSTITUTEN, ÉÉN ONDERZOEK Ilse Ottenbros studeerde in Nijmegen en Utrecht en woont in Utrecht. Sinds 2 jaar werkt ze bij het RIVM in Bilthoven en de afdeling IRAS van de universiteit Utrecht, waar ze promotieonderzoek doet naar bestrijdingsmiddelen. Ilse: ,,Ik werk bij beide instituten. Dat is nuttig, want elk instituut heeft weer andere kennis en zo kan ik beide samenbrengen. Ze vullen elkaar aan, dus samenwerken is een voordeel. Ook het onderzoeksteam bestaat uit mensen van het RIVM en de Universiteit Utrecht en we werken samen met een lab uit Wageningen. Zij voeren de chemische analyses uit. En omdat dit soort onderzoeken ook op andere plaatsen in Europa gebeurt, hebben we contact met veel buitenlandse collega's."

Wat zijn bestrijdingsmiddelen eigenlijk? En hoe lang worden die al gebruikt? Bestrijdingsmiddelen zijn chemische stoffen waarmee je schimmels, parasieten, ongewenste insecten en onkruid kunt bestrijden. Landbouwers gebruiken bestrijdingsmiddelen om ons voedsel te beschermen, bijvoorbeeld op de grond onder appelbomen, op bladeren of op het fruit zelf.

Gebruikt Nederland meer bestrijdingsmiddelen dan andere Europese landen? In Europa zijn de verkoopcijfers van bestrijdingsmiddelen bekend. Maar welke bestrijdingsmiddelen en wanneer en waar ze precies worden gebruikt, weten we niet precies. En vergelijken is lastig, want de situatie is per land verschillend . Nederland is bijvoorbeeld klein, vlak en dichtbevolkt. Daardoor wonen in ons land relatief veel mensen dichtbij (binnen 250 meter) een landbouwgebied. En dat maakt het Nederlandse onderzoek zo interessant en belangrijk.

Een Europees onderzoek? Er is een groot Europees project bezig van 30 landen, dat 5 jaar duurt. Het onderzoek, HBM4EU geheten, gaat over biomonitoring. We meten daarbij chemische stoffen in bloed, urine, haar of speeksel. Een van de hoofdoelen van het project is uit heel Europa gegevens te verzamelen, waarmee we het beleid en de regels rond bestrijdingsmiddelen en andere chemische stoffen kunnen verbeteren. Het onderzoek naar bestrijdingsmiddelen wordt naast Nederland ook uitgevoerd in Tsjechië, Hongarije, Letland en Spanje.

Jullie betrekken ook kinderen bij het onderzoek. Waarom precies? Bijzonder aan het onderzoek is dat we kinderen tussen 6 en 11 jaar als deelnemers willen betrekken. Wij vragen hen om zich samen met één van hun ouders aan te melden. We zijn op zoek naar ouders die niet op het werk met bestrijdingsmiddelen in aanraking komen. Het onderzoek start in januari 2020. En we kunnen inderdaad nog meer deelnemers gebruiken. Dus wie interesse heeft om deel te nemen kan zich opgeven.


We zijn benieuwd naar kinderen omdat ze een ander leven leiden dan volwassen: kinderen spelen bijvoorbeeld vaak op de grond, of ze spelen buiten. Daardoor kunnen ze in aanraking komen met bestrijdingsmiddelen in het huisstof van de grond. Ook eten kinderen soms andere dingen dan volwassen. Het zijn allemaal factoren die andere gegevens kunnen opleveren. En die gebruiken we graag bij het onderzoek.

Na deelname is er een verrassing georganiseerd voor de kinderen: ze zullen een kijkje achter de schermen krijgen in het laboratorium bij het RIVM.

Hoe verloopt het onderzoek? Gaan jullie bij de mensen langs? Wij vragen van de deelnemers twee keer een urinemonster in te leveren in een potje. Dat gebeurt één keer in januari/februari 2020 en één keer in de zomer van 2020. Alle benodigde materialen krijgen de deelnemers per post thuisgestuurd. Opsturen hoeft niet want een lid van het onderzoeksteam maakt een afspraak om de urinemonsters thuis op te halen. Als de deelnemer het goed vindt, verzamelt de onderzoeker tijdens het bezoek ook een huisstofmonster om te bepalen of daar resten van bestrijdingsmiddelen in aanwezig zijn.

Wanneer kunnen we de resultaten van het onderzoek verwachten? Nadat alle metingen zijn gedaan gaan we eerst analyseren. Daarna sturen we de deelnemers een samenvatting van het onderzoeksrapport. Dat duurt dus nog even. We verwachten dat dit in het najaar van 2021 gebeurt. De samenvatting en het volledige rapport zullen ook op de website https://www.bestrijdingsmiddelen-omwonenden.nl/europees-onderzoek-naar-bestrijdingsmiddelen-in-urine worden gezet. Daar staat nu al veel informatie over het onderzoek en mensen kunnen zich opgeven als deelnemer.

Het vergt wel even geduld voordat de resultaten beschikbaar zijn, want de analyse van alle urinemonsters kost tijd en moet zorgvuldig gebeuren. De resultaten zeggen iets op groepsniveau over welke bestrijdingsmiddelen zijn gevonden in de urine- en stofmonsters. Ook zullen de Nederlandse resultaten worden vergeleken met de andere landen in Europa die meedoen aan het onderzoek.

Deelnemen? Geef je op via https://www.bestrijdingsmiddelen-omwonenden.nl/europees-onderzoek-naar-bestrijdingsmiddelen-in-urine

Of neem contact met het onderzoeksteam op via: HBM4EU-studie@rivm.nl  06-42304804 (tijdens kantooruren, ook WhatsApp)

(tekst: Koen Croese, RIVM)