Oneerlijke concurrentie tussen Wijkse jachthavens?

Aanleiding voor het schrijven van de brief zijn de besluiten die de raad moet nemen over de verdere ontwikkeling van de Stadshaven. Naar verwachting buigt de raad zich in de loop van februari over dit onderwerp. Uit de brief aan de raad blijkt dat Rijn en Lek de bewegingen rond de Stadshaven scherp in de gaten houdt. Zo constateerde Rijn en Lek dat de inrichting van de Stadshaven is gewijzigd zonder dat daarvoor de benodigde vergunningen zijn aangevraagd. Ook over het beheer van de Stadshaven heeft Rijn en Lek kritiek. De vaste steiger is bedoeld voor historische schepen, terwijl deze steiger vooral door gewone pleziervaartuigen wordt gebruikt. Ook plaatst Rijn en Lek een vraagteken bij de exploitatie van de Stadshaven, die gebaseerd zou zijn op onwaarschijnlijke hoge bezettingspercentages.

De huidige exploitant van de Stadshaven wil voorzieningen en mogelijkheden krijgen om de exploitatie rendabel te maken. Daarvoor zal hij moeten investeren. Om daar meer zekerheid over te krijgen zal onder andere een bestemmingsplan moeten worden gewijzigd en omgevingsvergunningen moeten worden aangevraagd. De kosten van deze bestemmingsplan wijzigingen en legeskosten omgevingsvergunning moeten naar de mening van Rijn en Lek wel in rekening worden gebracht bij de exploitant. Als dat niet het geval is dan is volgens Rijn en Lek ook hier sprake van concurrentievervalsing, omdat dergelijke kosten in het verleden ook bij de jachthavens van Lunenburg en Rijn en Lek in rekening gebracht zijn. (PeP)