• Willem Nieuwhoff demonstreert de ratel om spreeuwen te verjagen.

    Frank Magdelyns

Een leven lang heuen

TULL EN 't WAAL In de jaren 60 waren hele families in het Kromme Rijngebied betrokken bij het binnenhalen van de kersenoogst. "Als we kersen gingen plukken hadden we zogenaamd keelpijn, dan ging je niet naar school," zegt Willem Nieuwhoff.

Frank Magdelyns

De broers Dorus en Willem Nieuwhoff uit Tull en 't Waal weten alles van kersen plukken. Vader Nieuwhoff was fruitteler en pachtte elk jaar een aantal kersenboomgaarden met hoogstammen. Soms in de buurt van Houten, soms bij Wijk bij Duurstede en later in de Betuwe. Elk jaar was het spannend of het lukte een goede oogst binnen te halen. Zat het weer mee? Kon je de vogels uit de boomgaard houden? En kreeg je een goede prijs op de veiling?

"In de kersentijd deed het hele dorp deed mee. De postbode ging na zijn ronde plukken, de schoenmaker was aan het plukken, iedereen was aan het plukken. Het dorp 't Waal was helemaal leeg. Het was de mooiste tijd die er was", zegt Willem.

Willem hield zich het liefst bezig met heuen, het verjagen van de vogels die het op de kersen hadden gemunt. Een vak dat is verdwenen door de komst van netten, die tegenwoordig over de weinig overgebleven kersenboomgaarden worden gespannen. Heuen deden beide broers vanaf hun vijfde levensjaar. Dorus ondertussen alweer 55 jaar en Willem nog langer.

ZES WEKEN "Als de kersen begonnen te kleuren bouwden we in een centrale boomgaard een hut met slaapvertrekken. Er waren planken met stro waar we met tien man sliepen", vertelt Dorus. "We kwamen dan zes weken niet thuis. Bij een boer haalden we water om ons te wassen. De wrakkers (sorteerders) zorgden voor het eten."

De eerste twee weken waren de kersen nog niet rijp. Maar de vogels hadden wel interesse. "Met zonsopkomst om 6 uur, ging je aan het werk. Dit duurde tot 9 uur 's avonds. Het ging om spreeuwen, kraaien, gaaien, eksters en merels. Maar vooral spreeuwen, veel spreeuwen," zegt Dorus.

"Je liep constant rondjes door de boomgaard met je klos en ratel. Dat was het enige dat hielp", zegt Willem. Terwijl hij met een klos in zijn hand staat, draait hij soepel het touw rond en slingert deze 100 meter weg. De ratel die Willem vervolgens demonstreert maakt een zwaar hard geluid. "Spreeuwen zijn nieuwsgierig en slim. Als ze in een boom zitten en je maakt met de ratel herrie, dan gaan ze luisteren. Dan eten ze niet. Maar ja, de spreeuwen wennen eraan."

PLUKTIJD Wanneer de plukkers kwamen, liepen de heuers al een paar weken door de boomgaard. Dorus: "Per boomgaard waren we met twee man. Mijn vader fietste constant tussen de boomgaarden. Als dan duidelijk was dat ergens te veel spreeuwen waren, werd er versterking gehaald. Je moest perse voorkomen dat een zwarte wolk spreeuwen zou landen, want dan kreeg je ze haast niet meer weg."

De familie Nieuwhoff had ook een steigertoren. Een persoon stond op de uitkijk en gaf aanwijzingen of er vogels aankwamen. "In het begin werkten we ook met touwen met blikjes waar je aan kon trekken. Maar vaak gebruikten we dit niet. De spreeuwen wenden eraan. Hetzelfde geldt voor een gaskanon", zegt Dorus. "De hele dag lopen, dat was het enige dat werkte", vult Willem aan.

"We waren er altijd. Dagen liepen we in de regen. Je moest door. Het was een mentaliteit," zegt Willem. "Ik heb het altijd graag gedaan. Er was ook een saamhorigheid.

MENU "Soms schoten we met hagel midden op de spreeuwenzwerm", zegt Dorus. "We aten 's avonds dan spreeuw." Schieten mag niet meer en heuen hoeft niet meer, met de komst van de netten.

Label:

Kersentijd